We zitten op een regenjas voor de vijver. Paraplu in de ene hand, cocktail van BOEL in de andere. Voor ons de neonpaarse octopustentatakels die het drijvende terras omarmen. De regen heeft het publiek jonger gemaakt, de rijen korter, de doorloop vlotter. Het is een moment tussen twee voorstellingen in. Wij, ik en een vriendin, zijn verwikkeld in een ernstig gesprek over feminisme, emoties en complexiteit in de kunst. ‘Eenvoud is de hoogste vorm van complexiteit’ appt ze me de volgende ochtend, een Taoïstische paradox. En ‘Cocktails zijn zo verraderlijk’.
Het was een classic Noorderzonavond waarin je van het een in het ander valt. Van een feministische dansvoorstelling (Hystory) in de hiphop van Praatstoel. Van een stoplicht experience (Trànsit) in archiefbeelden over gaswinning in Groningen. En nog voor de realisatie dat je alweer trek begint te krijgen waren daar de heerlijk Snacks met ballen, die in tegenstelling tot de eenvoudige naam, heerlijk complex van smaak waren. Wow!
Cabosanroque, een kunstenaarsduo die audiovisuele installaties maakt, was terug op Noorderzon en ik moest ze zien. Met Trànsit, die stoplicht-experience dus.
Vorig jaar was hun installatie Sous les violons, la plage (Onder het plaveisel ligt het strand) te zien, waarin je snaarinstrumenten met stenen tot gruzelementen mocht gooien. Toen ik destijds met mijn man en kinderen een rondje over het Noorderzonterein liep, besloten we spontaan bij de tent naar binnen te gaan. Natuurlijk had ik bij de beschrijving wel even getwijfeld of dit wel iets voor kinderen was. Wat was dat voor een opvoeding, waarbij hoogwaardige cultuur – de snaarinstrumenten – gewoon vernield mocht worden. Ik had al van anderen gehoord dat ze dit zo’n verwerpelijk gegeven vonden, betalen om iets moois te vernietigen, dat ze er zeker geen kaartje voor zouden kopen! Toen wij binnenliepen hingen de instrumenten al houwtje touwtje, snaartje, klankkastje, aan elkaar. Zelf had ik nog nooit eerder gericht een steen gegooid om iets te vernielen. De afstand was een hele opgave. Ik pakte de steen op, richtte mijn hand en dacht ineens: godallemachtig, het Palestijnse verzet!
Naast mij waagden mijn kinderen, vol plezier, een poging een van de instrumenten te raken. Ik zag hen, ik zag de Palestijnse kinderen, en ik deed mee. We lachten en hoopten steeds dat we zouden raken, want als beloning kreeg je een snerpend elektronisch geluid en veranderde de soundscape (een steeds verdere vervorming van Haydns strijkkwartet nr.66). Natuurlijk kon je van alles bij die installatie halen, straatprotesten, het einde van de klassieke muziek, een breuk in de cultuur, etc. Maar voor mij raakte het ook aan het Palestijnse verzet. Het maakte de zorgen om die paar doorsnee snaarinstrumenten direct overbodig. Dit werk was speels, poëtisch en verwarrend. Een plek waarin je zelf tot betekenis kon komen.
Met hoge verwachtingen loop ik de speciaal voor de gelegenheid gebouwde brug voor Trànsit op. Hoewel de stoplichten voor iedereen op het festival te zien zijn, is het zicht vanaf het water alleen voor degene die een kaartje hebben gekocht. Ook krijgen wij een koptelefoon op. De muziek start klassiek. ‘Luz, lux, luuuuz’. De koorstemmen corresponderen met de oranje knipperende lichten en maken het banale stopsignaal tot iets heiligs. Het stoplicht als ‘Licht van de wereld’. De muziek ontwikkelt zich, net als bij Sous le violons, van klassiek naar techno. Alle mogelijke combinaties van stoplichtkleuren komen voorbij, waarbij alle lichten tegelijk knipperend de meest absurde combinatie is. Wat moet je nu doen dan? Terwijl mijn gezelschap vecht tegen de vele prikkels, dans ik op het lichte einde van de experience. Deze vijftien minuten waren kort!



Weer vond ik het fantastisch. Ik had een schoonheidservaring gehad door het knipperen van stoplichten! Daarbij werkten ze metaforisch simpel maar goed als symbool voor verstarring, een op hol geslagen systeem. Geen keuze is meer goed. En vervolgens had ik op dat dystopische gevoel van verstarring kunnen dansen.
We praten nog wat verder. Over dingen in je lijf voelen, en ze op die manier begrijpen. Dat maakt het werk van Cabosanroque zo goed voor mij. Het is een soort staat – van plezier, van verhoogde reflectie, van spel – die je uitdaagt je lichamelijk te verhouden tot de complexiteit van de wereld. Zo simpel kan het zijn.