Winkeldiefstal als verzet tegen het kapitalisme: ‘You call it stealing? I call it a love affair!’

Het groeiende aantal zelfscankassa’s bij de supermarkt maakt het schrikbeeld van een volledig geautomatiseerde werkelijkheid zonder menselijk contact stukje bij beetje tot de normaliteit. Geen vriendelijke groet meer bij het leggen van de boodschappen op de band, of de sprekende afwezigheid daarvan. Geen ongemakkelijk wel of niet het scheidsbalkje tussen dat van jouw boodschappen en de volgende klant leggen. Geen ‘fijne dag nog!’ of ‘mag hij een doosje rozijntjes?’. In plaats daarvan een apparaat. Het is een misvatting dat dit apparaat de menselijke arbeid vervangt. Het apparaat maakt de consument tot arbeider. Je wordt niet meer gegroet, je moet aan het werk. Een voor een scan je de producten. Een willekeurige steekproef controleert of je wel alles bij langsgaat.

Het ontwerp van de zelfscankassa houdt al rekening met onregelmatigheden. Uit recent onderzoek blijkt dat zeven procent van de mensen die zelfscankassa’s gebruiken geregeld iets steelt. Onder jongeren en mensen met een laag inkomen ligt dit percentage rond de tien procent. De willekeurige steekproeven van de kassa’s moeten ervoor zorgen dat dit niet uit de hand loopt; dat de kostenbesparing op de arbeid die op de consument is overgedragen blijft opwegen tegen het verlies vanwege de extra gestolen artikelen. Stelen is nog nooit zo betekenisloos geweest.

Maar dan is er de installatie Alles moet weg van Dries Verhoeven. Deze is als onderdeel van het Holland Festival in Nieuw Dakota op het NDSM-terrein in Amsterdam Noord te zien. De installatie bestaat uit een kleine led-verlichte supermarkt van glas in een donkere ruimte, met schermen eromheen. Alles klopt. De noedels, weckpotten en pakken rijst staan netjes opgesteld met hun bijbehorende prijskaartjes in de glazen ruimte. Een performer met een varkensmasker op houdt daarbinnen kalm en verleidelijk een betoog over het grootse antikapitalistische verzet achter kleine daden van winkeldiefstal.

‘Ze zouden ons moeten betalen voor het afrekenen. Ik neem de avocado wel mee als loon.’ ‘Kan ik er wat aan doen, dat ik van sushi en Tony Chocolony houd’ ‘Al die hebzucht hebben ze ons zelf aangepraat’ ‘Het is niet alsof de slecht betaalde garnalenpellers uit Marokko nog iets krijgen van de winst.’ ‘De producten zijn niet meer het doel, maar een middel om winst te maken’ ‘Ik heb geen geld voor de niet-gemartelde kip, maar is het niet beter de niet-gemartelde kip te stelen dan voor de gemartelde te betalen?’ ‘Het schuldgevoel bij het stelen is een erfenis van het Christendom dat de kapitalistische uitbuiters maar al te goed uitkomt. Tijd om dat van ons af te schudden’*

Als bezoeker kun je de supermarkt niet in, maar je kunt wel gluren. Daarvoor zijn twee manieren. De een is simpelweg door te bukken of op je tenen te staan, om door de volgepakte schappen heen te kijken. De ander is indirect, via de omliggende muur. Daar hangen TV’s met beelden van de veiligheidscamera’s uit het supermarktje. Deze vreemde variatie op het panopticum creëert een boeiend spel van kijken. Met moeite zie je de live spelende performer die ook nog eens verstopt zit achter dat varkensmasker met enorme onschuldige ogen. Tegelijkertijd is haar beeld via de schermen het meest zichtbare.

De vertelsituatie is die van de home-video waar de kwetsbare eenzaamheid van degene die filmt in schril contrast staat met de talloze mogelijke toeschouwers van buiten. Vanuit haar verstopte plek, speelt ze daarmee, soms door een camera van de muur te pakken. Ze heeft een duidelijke boodschap voor haar volgers. ‘Sluit je aan bij ons verzet’.

Maar eerder dan een startschot voor een collectieve protestbeweging van winkeldiefstal, galmt de eenzaamheid door de ruimte. ‘Why call it stealing? I call it a love affair!’, zegt de performer, zinspelend op de spanning die het stelen met zich meebrengt. Ze kleedt zich uit, smeert ketchup over haar armen en plakt bonus-stickers op haar tepels. Bij gebrek aan menselijk contact is de supermarkt haar geliefde geworden. Maar vooral de talloze vergezochte legitimaties voor het stelen laten op een prachtige manier de wanhopige binnenwereld zien van de geïsoleerde mens te midden van winstgevende machines.

*De Nederlandse citaten zijn uit herinnering opgeschreven en komen niet letterlijk overeen met de monoloog

Leave a comment